donderdag 3 juli 2014

‘Ik ben te oud om in een verdere discussie van “welles of nietes” meegesleurd te worden.’ Getuigen in de krant en per post
 
In NRC/Handelsblad van 26 juni spreken twee getuigen zich uit over wat men wel of niet wist. Alexander Jansen, die de oorlog als jongen meemaakte, meent dat mijn interpretatie klopt: 

Mijn moeder was altijd aangedaan als zij, jaren nadien, vertelde van de venter met zure augurken. Hij kwam speciaal langs met de melding: ‘Mevrouw Jansen, ik kom afscheid van u nemen. Morgen vertrekken wij naar Westerbork.’ Mijn ouders beseften dat hun een zware tijd wachtte, maar verder niet. ‘Als het voorbij is, word ik weer vaste klant van u.’  

Elders in de krant een verhaal uit de eerste hand. Jules Schelvis, een van de zeer weinigen die Sobibor overleefde, wordt geïnterviewd en zegt:  

…we wisten niet dat vergassing de bestemming was. Ons brein is er niet op ingesteld zoiets te kunnen vermoeden. Ook de mensen in Amsterdam die mijn spullen allemaal voor me hebben bewaard, zeiden in 1945: we hadden geen idee. Anders hadden we jullie vanzelfsprekend laten onderduiken. 

Overigens heeft hij dit al vele malen verteld, met als tamelijk overtuigend bewijs dat hij zijn gitaar meenam naar Sobibor – kon je ’s avonds nog eens een liedje zingen. En Schelvis denkt dus, net als ik, dat meer kennis sommige omstanders – zoals zijn vrienden – had aangezet tot ander gedrag. 

Enkele dagen eerder kreeg ik een brief van een 96-jarige mevrouw. ‘Ik ben te oud om in een verdere discussie van “welles of nietes” meegesleurd te worden’, schreef ze - ze wil daarom ook niet dat ik haar naam noem - maar ze wilde mij toch haar mening geven: ‘Met het verzetswerk dat in onze familie werd gedaan meen ik hiertoe het recht te hebben.’ Dat verzetswerk is overigens goed gedocumenteerd.  

Ze schrijft onder andere het volgende: 

Nu ik j.l. zaterdag in de NRC uw ingezonden brief ‘Holocaust’ las, met uw argumentatie waarom men (waaronder ik) dit niet wist, neem ik de pen op om u te zeggen dat ik het geheel eens ben met uw gevolgtrekkingen. Ook bij navraag in mijn omgeving bij de enkelen die dat nog kunnen vertellen, kwam dit naar voren. Wij konden ons dat ook in die tijd niet voorstellen. 

En:
 
            Ik heb mij geërgerd aan het feit dat de heren Vuijsje en De Swaan denken te kunnen weten wat ik wist en dat ik dacht in de oorlog en wat ik toen verdrong!! 

Het is een van de fascinerende aspecten van deze hele discussie dat juist mensen die de oorlog bewust hebben meegemaakt het vrijwel vanzelfsprekend vinden dat men toen niet wist van de Holocaust. In oorlogsmemoires van zowel Joden als niet-Joden wordt die onwetendheid ook steeds opnieuw genoemd. Toen Loe de Jong in 1967 in zijn oratie stelde dat men destijds geen idee had van Auschwitz en Sobibor – en dat het gedrag van de tijdgenoten onbegrijpelijk is als men die onwetendheid niet meeweegt - was dat een geheel oncontroversiële uitspraak. 

Vuijsje (en misschien ook wel De Swaan) zegt dat dat komt omdat men toen collectief in de ontkenning zat. Misschien. Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat de oorlogsgeneratie uit eigen ervaring snapte wat voor latere generaties, opgegroeid in de schaduw van Auschwitz, nog maar slecht te begrijpen is: dat het ooit onvoorstelbaar was dat zoiets als Auschwitz kon bestaan.

Geen opmerkingen: